Het is het bekende verhaal. Een tiener is alleen thuis en wil via Facebook laten weten dat ze een feestje geeft. Alleen vergeet ze het evenement te beperken tot haar vrienden. Hele hordes mensen komen aan de deur en het feestje loopt volledig uit de hand. Buren bellen de politie, die de situatie pas onder controle krijgt met meerdere patrouillewagens, honden en een helikopter. Dit is duidelijk dat dit Facebook-feestje helemaal mis is gegaan.

Dit gebeurde in juni 2013 in het VK, maar elke maand is er ergens ter wereld wel zo'n verhaal. Tieners kennen zo langzamerhand toch wel het gevaar van het online posten van een uitnodiging? Waarom horen we dan toch zo veel van deze verhalen?

Het antwoord heeft te maken met de hersenen van tieners. Het brein van een tiener is gericht op risico's nemen. Dit blijkt vooral uit een onderzoek van de Yale School of Medicine uit 2012, waarin werd ontdekt dat tieners meer bereid waren risico te nemen als de gevolgen onbekend waren.

Dat is inclusief gevaren als snel rijden. Uiteraard begrijpen tieners wel dat snel rijden de kans op een ongeluk vergroot. Wat ze echter niet weten, is hoeveel de kans toeneemt op een bepaalde dag op een bepaalde weg. Dus nemen ze het risico.

Hetzelfde geldt voor het posten van een openbare online uitnodiging voor een feestje op Facebook of een andere site. Tieners begrijpen het algemene risico, maar niet de specifieke gevolgen die gelden in hun dorp, stad of wijk.

En er speelt nog iets anders mee. Een ander onderzoek, ditmaal van de Temple University, Philadelphia, toonde aan dat bepaalde soorten tiener bijzonder gevoelig zijn voor het nemen van risico online. De mensen die het meest neigen naar risicogedrag, waren tieners met minder goed ontwikkelde sociale vaardigheden, die minder offline vrienden hadden en minder vaak deelnamen aan buitenschoolse activiteiten. Als een soort 'sociale compensatie' namen deze tieners meer risico online, ter compensatie voor wat zij ervaren als een saai offline leven.

Oké, tieners zijn dus gericht op risico's nemen. Wat kun je doen als ouder? Een goed idee is om er bij je tienerkind op aan te dringen dat jullie vrienden worden op Facebook en andere sociale netwerken. Ga er samen voor zitten en bespreek online gedrag met je kind. Spreek af dat als je je zorgen maakt, je hun online activiteiten en communicatie mag controleren.

Maar zelfs dat is geen garantie. Je kunt dan misschien controleren wat je kinderen uitspoken op Facebook of Twitter, maar tieners zijn erg bedreven in het uitwissen van hun sporen. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld privécommunicatiekanalen, zoals BlackBerry Messenger, of apps als Snapchat, waar gebruikers kunnen aangeven hoe lang een tekst of foto zichtbaar blijft voordat deze verdwijnt.

Je kunt dus niet alles bijhouden wat je kinderen uitspoken. Hoe kun je dan toch voorkomen dat ze via social media als Facebook 2000 vreemden uitnodigen in je woning? Er zijn technische oplossingen. Met een goed pakket voor internetbeveiliging kun je voorkomen dat tieners bepaalde informatie posten, zoals je adres of andere persoonlijke gegevens. Een uitgebreid softwarepakket voor internetbeveiliging biedt ook online bescherming voor shoppen en wachtwoordbeheer voor tieners. Een technische benadering is echter een deel van de oplossing.

De beste strategie is te vinden in de conclusies van het onderzoek van Yale. Voordat je de deur uit gaat en je tienerkinderen alleen thuislaat, leg je uit hoeveel alles in huis zou kosten om te vervangen, hoe onvervangbaar spullen met sentimentele waarde zijn, vooral uit hun jeugd, en wat de gevolgen voor hen en de rest van het gezin zouden zijn als het huis wordt overspoeld door 2000 onbekenden.

Andere artikelen en links met betrekking tot Facebook-beveiliging

Wij gebruiken cookies om je ervaring op onze websites te verbeteren. Je gaat hiermee akkoord wanneer je onze website gebruikt en hierop navigeert. Je vindt gedetailleerde informatie over het gebruik van cookies op deze website door op de knop voor meer informatie te klikken.

Accepteren en sluiten